Knautiabijen in de Ooijpolder

Nederland, Gelderland, Ooij

bron: https://www.anwb.nl/wandelen/routes/knautiabijen-in-de-ooijpolder

Route informatie

Route lengte: ca 10 km
Duur van de route: ca 2,5 uur

De Hezelstraat vormt de scheidslijn tussen de wilde Ooijpoldernatuur en het omringende cultuurlandschap. In het zuiden weidse akkerlanden, begrensd door een enorme beboste stuwwal. Ten noorden van de Hezelstraat oogt het landschap ongerept. Afgravingen van een oude steenfabriek hebben putten gevormd met stilstaand water, die in de loop der jaren zijn veranderd in een weelderig begroeid moerasbos.
De Waal heeft het gebied vruchtbaar gemaakt: talloze overstromingen zorgden voor aanvoer van voedselrijk rivierzand en rivierklei. Bomen als schietwilg, kraakwilg en zwarte populier gedijen uitstekend in het water. Ook in de struiklaag daaronder groeien veel wilgensoorten als amandelwilg en katwilg, herkenbaar aan de zee van grijze katjes. Net boven de drassige bodem bloeien in de zomer veel bloemen. Bewonder de paarse weelde van de smeerwortel, de prachtige kelk van de gele lis, de naar munt en slootwater ruikende watermunt, het moerasvergeet-mij-nietje en de dieppaarse vruchten van de steenbraam. De spotvogel en de bosrietzanger bezoeken dit gebied in het begin van de zomer, in juli gevolgd door de wespendief, de boomvalk en de zwarte wouw. De Ooijpolder is een paradijsje met grote ecologische waarde.

Comeback van de grauwe gans
De grauwe gans broedt vooral in kleiputten en oude strangen, liefst in moerasbossen. De vogel broedt in kolonies op eilandjes en solitair verspreid over het moerasgebied. Maar de grauwe gans foerageert buiten de broedperiode vooral op cultuurland.
De Ooijpolder is een ideale leefomgeving: moeras als broedgebied en akkerland als foerageerplaats en voedselbron. Door biotoopvernietiging en overbejaging verdween de grauwe gans in de jaren dertig uit ons land, maar sinds de jaren tachtig maakt de vogel schoorvoetend een comeback. Zijn herintrede in de Ooijpolder is succesvol. Eigenlijk té succesvol: de voorheen zeldzame vogel dreigt hier een plaag te worden voor akkerbouwers.

De Ooijse Bandijk kronkelt speels door de Ooijpolder en beschermt het zuidelijk gelegen akkerland tegen overstromingen van de Waal. Het uitzicht vanaf de dijk op rivier en uiterwaarden is prachtig. De Bandijk is op mooie zomerdagen een toeristische trekpleister, met als keerzijde druk autoverkeer. Op de kruising van de Hezelstraat en de Bandijk ligt de buurtschap Tiengeboden die bestaat uit enkele boerderijen en de voormalige arbeiderswoningen van de steenfabrieken langs de dijk. De hooggelegen witte huisjes steken scherp af tegen de groene achtergrond.

De Oude Waal, een grote waterplas aan de Ooijse Bandijk, biedt een mooie aanblik met zijn rij hoge populieren. Maar belangrijker is dat dit water en de drassige landen eromheen een vogelwalhalla zijn voor eenden, grauwe ganzen en diverse soorten steltlopers die hier parmantig paraderen. Vooral de aanblik van de in Nederland zeer zeldzame kemphaan is een genot. De mannetjes houden schijngevechten op een gemeenschappelijke baltsplaats, zodat de vrouwtjes het mannetje van hun dromen kunnen kiezen. Steltlopers zijn indicatoren voor de kwaliteit van moeraslanden. Zo loopt het aantal grutto’s landelijk snel achteruit door de intensivering van de landbouw. Maar in de Ooijpolder gedijt deze weidevogel uitstekend. Net als de wulp, de grootste steltloper van West-Europa, herkenbaar aan zijn grote naar beneden gebogen snavel. Evenzo floreren hier de zwarte ruiter, de groenpootruiter, de witgat en de oeverloper. Met een beetje geluk ziet u een lepelaar, die een tijd is weggeweest uit Nederland. Zijn lange poten stappen nu weer door de drassige Ooijpolder.
Wat u vanaf de dijk bij de Oude Waal zeker kunt zien zijn de drijvende nestvlotjes met broedende zwarte sterns. Dit alternatief voor het zeldzaam geworden krabbenscheer doet het hier goed: in 2016 werd op zo’n 150 vlotjes gebroed.

De extravagante kemphaan
Kemphaanvrouwtjes zien er volstrekt normaal uit met hun contrastrijke gevlekte verenkleed, maar de mannetjes zijn nogal extravagant, vooral in de paartijd. Dan hebben ze een grote halskraag die in kleur kan variëren: zwart, wit, bruin, geel, gestreept of roodbruin. Dat is om de vrouwtjes te imponeren, anders wordt er niet gepaard. Dat imponeren gebeurt op gezamenlijke baltsplaatsen waar de mannetjes eindeloos lange schijngevechten houden. Als het vrouwtje haar keuze gemaakt heeft wordt er ter plekke gepaard, maar na de paring kijkt het mannetje niet meer naar haar om. Het vrouwtje draait op voor het uitbroeden van de eieren en het voeden van de kuikens, die ze verwent met insecten en larven.

De bermen van de Ooijse Bandijk vormen een zomers bloemenparadijs. De bloemen van de vlinderbloemfamilie zijn paars, wit en lila. Maar er is meer bloemenpracht: paarse vogelwikke, fletsblauwe heggenwikke, knalgele veldlathyrus, witte klaver, rode klaver en kleine klaver. Bloemen uit de schermbloemfamilie kleuren de bermen wit en geel met de tere bloempjes van fluitenkruid, gewone berenklauw, echte karwij en pastinaak. De composietenfamilie zorgt voor een gele en roodpaarse gloed met soorten als de grote centaurie en jacobskruid. De bermbegroeiing trekt vele soorten bijen aan die het stuifmeel verspreiden. De knautiabij woont ín de dijk, waarin hij zijn nest graaft. De knautiabij, die van mei tot en met augustus actief is, is een zeer zeldzame grote zandbij die bijna uitsluitend op de beemdkroon vliegt, een bloemensoort die in aantal afneemt.

De Stadswaard is de nieuwste natuur in de Ooijpolder. Sinds 2005 verwildert het voormalige akkerland. Een proces dat zich snel voltrekt, mede door de Waal die dit gebied met regelmaat overstroomt. Als de rivier het land onder water zet, zaait hij dood en verderf, maar zorgt ook voor nieuw leven. Als het water weer zakt, blijft op lage plekken water achter, waar vissen en andere waterdieren zich voortplanten. Het vruchtbare slib is een goede voedingsbodem voor vele bloeiende planten.
Kuddes konikpaarden en gallowayrunderen begrazen het gebied om te voorkomen dat het door wilgen overwoekerd wordt. Zonder koniks en galloways zou het landschap er een stuk saaier uit zien. Uitermate charmant is de kijk op de ‘skyline’ van Nijmegen: de Waalbrug en de Waalkade met zijn oude gevels. In de Stadswaard mag de wandelaar vrij rondstruinen, wat een garantie is voor ongecompliceerd wandelgenot, mits de Waal niet buiten zijn oevers treedt. Bij hoog water maakt u echter wel een grotere kans op een ontmoeting met de bever die hier onlangs is geherintroduceerd. Hoe dan ook is een bezoek aan dit gebied een verrassingstocht.

De toren van een oude steenfabriek prijkt in het landschap als een souvenir van een vergane tijd. Het gebied rondom de toren is van groot belang voor veel dieren, want bij hoogwater blijft dit hooggelegen land droog en vormt dan een toevluchtsoord voor knaagdieren, reptielen, koniks en galloways.

De Bisonbaai is als recreatieplas een begrip in de wijde omgeving. Het meer dankt zijn naam aan de baggermachine ‘De bison’ die hier in de jaren vijftig zand heeft afgegraven ten behoeve van de ophoging van de noordelijk gelegen uiterwaarden. De Bisonbaai is op sommige plaatsen 20 m diep. Een fraai wandelpad van 3,5 km omzoomt het meer. U kunt de hier beschreven wandeling uitbreiden met een rondje Bisonbaai, dan komt u langs het uitnodigende terras van Oortjeshekken, het befaamde monumentale hotel-restaurant annex huiskamercafé van de Ooijpolder.

Start : Ooij Kerkdijk 

A. Vanaf parkeerplaats terug de Kerkdijk op en rechtsaf  (in westelijke richting). Volg de wandelknooppunten 08, 04, 01.

B. Einde Hezelstraat (bij 01 en buurtschap Tiengeboden) linksaf , Ooijse Bandijk.

C. Na Oude Waal ziet u aan de Ooijse Bandijk een afslag naar rechts, verharde weg, Vlietberg. Op dit punt door het ijzeren klaphekje (Staatsbosbeheer-bordje ‘Stadswaard’) en afdalen naar het weiland. Hier is geen pad! Loop dwars door het weiland naar het wilgenbos in de verte (ri Nijmegen). Tussen de bomen door verder lopen op de Waalbrug af, de nevengeul aan de rechterhand, tot u bijna bij de hoge gebogen voetgangersbrug (naar het stadscentrum) bent. Even hiervoor ra, de brug over de nieuwe nevengeul oversteken (veerooster met blaadjes). Aan de overkant het pad evenwijdig aan de Waal volgen.

D. Bij een houten paal buigt het pad ra, van de Waal af. Verharde weg la, bocht naar rechts volgen, dan splitsing ra, asfaltweg langs huizen (handwijzer ‘Doorgaande route’), wordt klinkerpad, later grindweg. Steek bij 02 de Ooijse Bandijk over en ga de Langstraat in, ri 03. Einde ra, Ooijse Bandijk, naar 05.

E. Bij 05 ra, Spruitenkamp, naar 08. (Voor Oortjeshekken hier la, Erlecomsedam.) Einde Spruitenkamp la, Kerkdijk, terug naar de parkeerplaats.

0 Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

©2020 Shar-pei Honden

Login met je gegevens

of    

Je gegevens vergeten?

Create Account